Module 4. Informatie zoeken
Les 3 Welke bronnen gebruik je?
Na de vorige les weet je dat het best lastig is om informatie te beoordelen. Iemand kan belangen hebben of gewoon iets uit zijn duim zuigen. Maar hij kan ook integer zijn en heel goed weten waar hij het over heeft. In deze les gaan we nog iets verder op zoek naar zekerheid daarover.
Na deze les weet je op welke bronnen informatie meestal wordt beoordeeld.
Terugkijken
De vorige les heb je geleerd wanneer informatie betrouwbaar en actueel is. Heeft dat je geholpen? Bespreek dat met de klas.
Noteer goed tips in je notitieboekje of op je computer in hetzelfde mapje.
Gebruik die als je weer een presentatie voorbereidt.
Bekijk de video
Als je daarin goede tips hoort, schrijf die dan op in je notitieboekje of bewaar deze informatie op je computer.
Bij welke presentatie wil je deze vaardigheid gebruiken?
Als het een volgende presentatie is, maak dan eventueel een nieuw mapje.
Voor welk vak? ………………
Wanneer geef je de presentatie? ……………….
Wat moet je ervoor doen? ……………………………………….
Zet in je agenda wanneer je het gaat doen.
Stap 5 Zoek uit: op welke bronnen is de informatie gebaseerd?
Om erachter te komen of je de informatie kan vertrouwen, kan je op zoek gaan naar de bronnen. Daarin vind je de naam van de auteur, waar hij de informatie vandaan heeft gehaald, etc.
Als je twijfelt kan je op zoek gaan naar andere onderzoeken of boeken van de auteur. Ook kan je de bronnen checken: is deze informatie op de juiste bronnen gebaseerd? Of heeft hij het uit zijn duim gezogen?
Ook daar is het de bedoeling dat je uitzoekt of die bronnen actueel zijn, of er belangen in het spel zijn en vooral of de auteur integer is. Dat betekent dat de auteur deze informatie om de goede redeneren (Hij meent het, is eerlijk en wilde ook de echte waarheid boven tafel hebben).
OPDRACHT 5. Op welke bronnen is de informatie gebaseerd?
Noteer de bronnen het liefst op je computer in een apart mapje, bijvoorbeeld ‘Bronnenboek’.
Voor je presentatie is dit niet super belangrijk. Maar als je later je pofielwerkstuk gaat schrijven wel.
Stap 6 Zoek uit: zijn de bronnen juist?
Het komt ook voor dat de auteur niet echt de auteur is. Dat hij delen van de tekst heeft ‘vregeschreven’. Door de bronnen te checken, kan je daarachter komen. Deze laatste check moet voldoende zijn om te besluiten of je de informatie gaat gebruiken voor je presentatie.
Vermeld deze bronnen uiteraard wel in het kopje ‘bronnen’ of ‘bronnenboek’.
Dat is vooral belangrijk als de bronnen verplicht zijn.
Bijvoorbeeld: als je je Profielwerkstuk gaat voorbereiden en maken.
Als je een tekst van iemand anders hebt gebruikt, moet je altijd de bron of bronnen vermelden.
Daarin zet je:
1. De datum (de release van het boek, de copyrightdatum),
2. De naam van de auteur,
3. De bron: de naam van de uitgeverij, database, platform of website waar je het artikel hebt gevonden.
OPDRACHT 1. Op welke bronnen heeft de auteur zich gebaseerd?
Welke bronnen heb je geraadpleegd?
Heb je ze gecheckt op actualiteit en betrouwbaarheid? Zo ja, bewaar ze eventueel in een bronnenboek.
WAT HEB JE GELEERD?
Deze les: deze les heb ik geleerd dat je altijd je bronnen moet checken en vermelden als je iets (tekst, foto’s, beelden) van een ander naar buiten brengt.
Challenge
Als je informatie gebruikt van een ander, zoek dan uit of de tekst actueel en betrouwbaar is. En vermeldt altijd de bronnen. De volgende les komen we hierop terug? Heb je er iets aan gehad? Zo ja, wat?
EXTRA OPDRACHT
Mocht je iets niet begrijpen, schrijf die vraag dan in je agenda.
Op de dag dat je het wil gaan vragen. Zet erbij aan wie je het gaat vragen.
Welke module krijgen jullie de volgende les?
Kijk welk boek je eventueel voor de volgende les mee moet nemen.
Schrijf dat in je agenda of notitieboekje.
Dat bespreken we de volgende mentorles.
Inhoudsopgave
Les 1. Welke informatie zoek je?
Les 2. Is de informatie juist?
Les 3. Welke bronnen gebruik je?
Terug naar hoofdpagina