Profielkeuze HV 2
Les 4 Wat vind ik leuk?
Wat vind je leuk? Als je dat weet, kan je dat gebruiken bij het kiezen van een baan. Je zit tenslotte zo’n 40 uur in de week op je werk. Dan zou het heel vervelend zijn als je met tegenzin naar je werk gaat.
Na deze les weet je beter wat je leuk vindt aan een baan.
Wat is feedback?
Feedback geven is tegen iemand zeggen wat je vindt van wat hij heeft gezegd of heeft gedaan. Doe dat zo dat de ander er iets aan heeft.
TERUGKIJKEN
De vorige les hebben we afgesproken dat jullie je woordnet zouden bespreken met je ouders. Wat is daar uitgekomen? Heb je daar nog iets aan gehad?
Vertel de klas wat je ouders daarover zeiden.
Heb je daar nog iets aan gehad? Schrijf in je notitieboekje wat je ouders zeiden. Of bewaar deze informatie op je computer. In een mapje: ‘Wat vind ik leuk?’
Bekijk de video
Noteer goede tips in je notitieboekje of op je computer.
Stap 4 Wat vind ik leuk aan een baan?
Wat doe je allemaal op school? Leren, schrijven, meten, luisteren, praten, met je handen werken, gymen, pauzeren, eten, etc. Wat vind je daar leuk van? En wat vind je helemaal niet leuk?
Wat vind jij leuk? Wat doe je allemaal in je leven? Wat vind je daar leuk aan en wat niet? Als je moet kiezen tussen leuk en niet leuk, wat kies je dan? ‘Leuk’ natuurlijk! Maar wat nu als je iets moet doen wat je niet leuk vindt?
Opdracht 1. Wat vind je leuk of niet leuk op school
Noteer dat in je notitieboekje of op de computer
Je leven bestaat gelukkig niet alleen uit school. Wat doe je als je niet op school zit? Na schooltijd of in het weekend. Doe je aan sport, heb je een hobby, vind je gamen leuk of moet je klusjes doen in huis?
Opdracht 2. Wat doe je in je vrije tijd?
Noteer dat in je notitieboekje of op de computer
Uiteindelijk ga je na het vmbo een vervolgopleiding doen. Of je gaat direct aan het werk. Wat vind je daarvan het leukste? Waarom vind je het één leuker dan het ander?
Opdracht 3. Heb je wel eens gewerkt?
Wat vond je daar leuk aan?
En wat juist niet? Schrijf dat op in je notitieboekje of op de computer.
Hoe zou jij het bijvoorbeeld vinden als je een uniform moest dragen (politie)? Of als je met je handen moet werken? Als je buiten moet werken? Je elke dag hetzelfde moet doen? Of weinig verdient?
Schrijf in je notitieboekje of op de computer twee rijtjes: ‘Leuk’ en ‘Niet leuk’.
Alles wat je leuk vindt, zet je onder ‘leuk’. Wat je niet leuk vindt, schrijf je onder ‘Niet leuk’. Bedenk zoveel mogelijk dingen.
Wat is een netwerk?
Een netwerk bestaat uit mensen die jou kunnen helpen bij het maken van een keuze. Of bij het krijgen van een baan die bij je past.
Opdracht 4. Wat wil je later gaan doen?
Maak een groepje van 4 klasgenoten.
Probeer je in te leven in je klasgenoten. Geef positieve feedback. Dat is informatie waar diegene iets aan heeft. En neem suggesties van je klasgenoten serieus.
Voorbeeld: ‘Misschien moet je iets met mensen gaan doen. De manier waarop jij vorige week die ruzie suste, vond ik een heel mooi voorbeeld. Je zei precies de juiste dingen.’
Je kunt natuurlijk ook een beroepentest doen. Of een LOB-taak.
Wat heb je geleerd?
Deze les heb je geleerd wat je leuk vindt.
CHALLENGE
Denk de komende week nog eens na over wat je op het werk leuk zou vinden. En vooral wat je eigenlijk helemaal niet leuk vindt.
Zoek 5 banen uit.
Wat vind je niet leuk en waarom? Zet dat in je boekje. Of bewaar het op je computer in het mapje ‘Wat vind ik leuk?’ Bespreek het thuis met je ouders.
EXTRA OPDRACHT (HUISWERK):
Denk na over de vraag: welk beroep past helemaal niet bij mij?
En waarom niet. Noteer dat in je boekje.
Inhoudsopgave
Les 1. Waar droom ik van?
Les 2. Wie ben ik?
Les 3. Wat kan ik?
Les 4. Wat vind ik leuk?
Les 5. Wat voor beroep wil jij?
Les 6. Welk profiel kies jij?
Les 7. Welk vakkenpakket hoort daarbij?
Bijlages
Terug naar hoofdpagina