Module 4. Informatie zoeken
Les 1 Welke informatie zoek je?
Wat is informatie? Het stamt af van het Latijse woord ‘informa en betekent alles waarmee je je kennis kunt staven. Kennis kan je halen uit de media: bladen, televisie, internet, etc. Het geheel van inlichtingen en berichten over een bepaald onderwerp.
Op school zijn de Informatievaardigheden heel belangrijk. Denk maar aan het voorbereiden van een presentatie. Daarvoor heb je informatie nodig. Om die informatie te vinden, ga je uit van het onderwerp van de presentatie.
Dan is het belangrijk om te weten of die informatie juist is. Indeze tijd wordt het steeds lastiger om het onderscheid te maken tussen feit en fictie. Door informatievaardigheden leer je de ‘zin’ van de ‘onzin’ – of het kaf van het koren – te onderscheiden.
Na deze les weet je wanneer informatie betrouwbaar is.
Reflecteren
De vorige les maakte je een planning voor een toetsweek. De Challenge is om je aan die planning te houden. Hoe gaat dat? Heb je nog vragen?
Bespreek dat met de klas.
De volgende mentorles bespreken we wat je daar aan hebt gehad.
Bekijk de video
Als je goede tips tegenkomt, noteer die in je notitieboekje in het mapje dat je net een naam hebt gegeven.
Deze informatie kan je dan wellicht bij een volgende presentatie gebruiken.
Bij welke presentatie (en welk vak) wil je deze vaardigheid gebruiken?
Voor welk vak heb je die presentatie? ………………
Wanneer heb je die presentatie? ……………….
Waar gaat die over? ……………………………………….
Zet dit in je agenda
Stap 1 Bedenk: welke informatie zoek je precies?
Als je op internet op zoek gaat naar informatie, kom je van alles tegen. Dan is het wel handig te weten waarvoor je die informatie zoekt. Wat wil je precies vertellen? Daarvoor kan je zoektermen gebruiken.
Dan is het handig als de zoekterm aansluit bij wat je precies zoekt. Anders blijft het zoeken naar een speld in een hooiberg. Bovendien is het goed te weten dat de informatie die je daarmee opduikt, klopt en op waarheid berust.
Zoektermen gebruik je om informatie te vinden. Afhankelijk van naar welke informatie je op zoek bent, bedenk je de zoektermen.
Met een goede zoekterm vind je sneller wat je zoekt. Daar hoef je niet heel lang naar te zoeken.
OPDRACHT 1. Wat voor informatie zoek je precies?
Typ je zoekterm op internet in.
Welke informatie levert dat op. Als je niet de juiste informatie boven water kreeg, probeerdan een andere. Net zolang tot je tevreden bent. Is dat de informatie die je nodig hebt? Sla die dan op op je computer.
Bewaar deze informatie in je notitieboekje of op je computer. Om dat terug te kunnen vinden, maak je een mapje. Daarin bewaar je die informatie. Om het gemakkelijk terug te kunnen vinden, geef je dat mapje een naam.
Bijvoorbeeld: ‘Informatie zoeken’, plus de titel van je presentatie.
Les 1 Bedenk: welke zoektermen zoek je?
Een goede zoekterm is effectief en efficiënt. Dat betekent dat je met een goede zoekterm vrij snel betrouwbare informatie vindt.
OPDRACHT 2. Welke informatie zoek je precies?
Bedenk effectieve en efficiënte zoektermen.
Bewaar deze zoektermen in je notitieboekje of op je computer.
WAT HEB JE GELEERD?
Deze les heb ik geleerd hoe je op een effectieve en efficiënte manier informatie kan vinden.
Challenge
Gebruik de komende week die zoektermen om informatie te vinden.
EXTRA OPDRACHT
Mocht je iets niet begrijpen, bijvoorbeeld woorden, schrijf die dan op en zoek uit wat ze betekenen.
En schrijf dat op in je notitieboekje of bewaar ze op je computer.
Inhoudsopgave
Les 1. Welke informatie zoek je?
Les 2. Welke informatie is juist?
Les 3. Welke bronnen gebruik je?
Terug naar hoofdpagina