Chat with us, powered by LiveChat

Module 3 Plannen

Click op ‘Begin test’.

 

1. Vul de begintest in op een apart blaadje.

2. Tel daarna alle punten op.

3. Ga terug naar de les (<- bovenaan).

4. Klik op de Chatknop, tik je voornaam in en noteer: ‘het aantal punten is 88‘.

 

Les 1 Plannen bespaart tijd?

 

Plannen is je tijd organiseren. Dat betekent dat je, als je goed plant, tijd ovehoudt. Plannen doe je van achter naar voren,. Als je een toets moet leren tel je terug vanaf de datum dat je de toets hebt tot de dag dat je kunt beginnen. Hoe pak je dat goed aan?

 

 

Na deze les weet je hoe je je het beste kan plannen.

 

 

 

Reflecteren

 

Welke Challenge ben je aangegaan? Kijk terug op hoe je het de afgelopen week hebt aangepakt. Wat zijn VERBETERPUNTEN? Noteer die in een mapje ‘Plannen’ op je computer.

 

 

 

Bekijk de video

 

Noteer tips in het mapje ‘Plannen’ op je computer.

 

 

 

 

Opdrachten & stappen

 

 

Stap 1. Kijk in je agenda of op de ELO

 

Opdracht 1 Wat staat er in je agenda?

 

Denk aan huiswerktaken en privézaken. Schrijf niet alleen wat je moet doen, maar begin met de vorm (bijvoorbeeld een toets of een s.o), daarna het vak en als laatste wat je daarvoor moet doen.

 

Bijvoorbeeld: Als je een toets hebt op 3 maart, staat op die datum 1. Vorm: ‘Toets’, 2. Vak: ‘Geschiedenis’ en 3. Wat: ‘hoofdstuk 3 paragraaf 2’.

 

-> Noteer alle huiswerktaken onder elkaar op een blaadje, of sla ze op in een mapje, bijvoorbeeld ‘Plannen’. 

 

Op veel scholen staat het huiswerk in Magister of SOM. Dat lijkt handig, maar is niet veel meer dan wat er al in je agenda staat (als het goed is). Het is slechts een administratiesysteem geen plansysteem. Die planning ga je immers in deze les zelf maken. Plannen kan je namelijk op meer manieren doen, dus ook op jouw manier.

 

 

Stap 2. Schat hoe lang het duurt.

 

Opdracht 2. Hoeveel tijd besteed je aan elke schooltaak of priveafspraak?

 

Als je een overzichtelijke planning wil maken, zet dan achter elke taak en afspraak hoeveel tijd je eraan denkt te besteden. Doe dat heel precies; als je een privéafspraak hebt, tel dan alle tijd die je daaraan denkt te gaan besteden, dus ook het erheen en terug gaan.

 

-> Zet achter elke taak of afspraak hoelang je daarmee denkt bezig te zijn.

Zet dit bijvoorbeeld tussen ‘haken’, bijvoorbeeld zo: [20 minuten]

 

Zet eerst de tijd die je voor die taak nodig denkt te hebben achter die taak. Neem op hoeveel tijd je écht hebt besteed aan die taak. Als je er meer of minder tijd aan kwijt was, dan je dacht, weet je dat voor de volgende keer. Net zo lang tot je het precies kan schatten. 

 

 

 

Stap 3. Wat is het belangrijkste

 

Opdracht 3. Welke taken zijn het belangrijkste?

 

 

 

Wanneer is een taak belangrijk? Uiteindelijk ga je over als je voldoende punten hebt. Dus elke taak die direct punten oplevert, is belangrijk: een toets, een s.o. en een presentatie.

 

-> Kleur de toetsen ‘rood’, de so’s ‘oranje’ en de presentaties ‘groen’.

 

 

 

Stap 4. Verdeel een belangrijke taak over meerdere dagen.

 

Opdracht 4. Hoe verdeel je het leren van een grote taak over meerdere dagen?

 

 

De Vergeetcurve

De Duitse psycholoog Hermann Ebbinghaus concludeerde dat mensen nieuw geleerde dingen in de eerste instantie goed konden onthouden, maar dat je na verloop van tijd dingen vergat. Uit zijn onderzoeken kwam ook naar voren dat je naarmate de tijd meer verstrijkt je meer vergeet. Tenzij je het regelmatig HERHAALT..

 

Als je de tekst regelmatig herhaalt, groeien de hersencellen (neuronen) en worden de verbindingen tussen de neuronen sterker. Dat betekent als je de tekst regelmatig herhaalt,  je de tskt nog beter en langer onthoudt. Als je de tekst ook nog eens op verschillende manieren aanpakt, dan worden de verbindingen tussen de neuronen alleen maar sterker, waardoor je het nog beter en langer onthoudt. 

 

Bijvoorbeeld: een tekst

Dag 1. Bekijk de tekst globaal. Dat betekent dat je alleen let op wat je het eerste opvalt: de titel, de tussenkopjes, de vet- en schuingedrukte woorden, de plaatjes, het onderschrift, etc.

Vraag: wat is het ‘onderwerp’ en wat de ‘hoofdgedachte‘.

Het ONDERWERP is degene (een mens of een ding) die iets doet of overkomt. Het onderwerp plus wat diegenen doet of overkomt, de HOOFDGEDACHTE.

Dag 2. Bestudeer de tekst actief. Dat houdt in dat je iets gaat doen. Bijvoorbeeld: de hoofdzaken markeren, ondetsrepen of opschrijven in je mapje ‘Plannen’ op je comuter. Alles wat iets zegt over de hoofdgedachte van de tekst is een hoofdzaak

Dag 3. Maak met de hoofdzaken een samenvatting. Schrijf het op in je eigen woorden. Dan onthoud je het het beste.

Dag 4. Bedenk vragen over de tekst. En beantwoord de vragen zelf. Daarna laat je je overhoren.

 

-> Reken uit wanneer je met de tekst gaat beginnen. 

Zet alle 4 de dagen in je agenda op de dag dat je het gaat leren. Dat doe je alsvolgt: Toets, vak en wat je voor de toets op die dag wil gaan doen.

 

 

Stap 5. Zet alles in de goede volgorde

 

Opdracht 5 Wat is de beste volgorde?

 

Bijvoorbeeld:

 
Begin met het belangrijkste, daarna pauze, een s.o. of andere leertaak. Etc.
 

-> Zet eerst de 4 delen van de toets in de agenda.

Noteer dan bij elke dag de andere taken en eventueel afspraken.

 

 

Stap 6. Kijk terug

 

Deze les heb je geleerd hoe je een goede planning kan maken

 

 

Challenge

 

 

-> Bepaal hoe je de toets gaat aanpakken. 

Voor het invullen van de begin test. Ga naar de chatknop en tik in “Eindtest is….” geef op je totaal aantal punten.

Inhoudsopgave

Les 1. Hoe plan je een toets?

Les 2. Hoe plan je een toetsweek?

Terug naar hoofdpagina