Module 1. Jouw Klas, een topklas!
Les 1 Wie zijn jouw klasgenoten?
Je bent van de eerste naar de tweede klas gegaan. Dat betekent dat je de meeste kinderen in je klas wel kent. Maar ken je ze goed? Of zou je van sommige klasgenoten wel iets meer willen weten? Daarover gaat deze les.
Na deze les weet je meer over je klasgenoten.
Terugkijken
Kijk eens terug naar de vorige klas
Wat herinner je je nog van het vorige schooljaar? Heb je je best gedaan of ging het gemakkelijk? Zijn er ook dingen die je dit jaar beter wil doen?
Bijvoorbeeld: begin je elke dag als je je huiswerk maakt, met een planning?
Schrijf dat in je notitieboekje. Als je dat nog niet hebt, koop het dan. Je mag de informatie ook op je computer bewaren. Maak dan mapjes.
Bijvoorbeeld een mapje ‘Slim Leren. Daarin maak je nieuwe mapjes waarin je zet om welke module het gaat. Bijvoorbeeld: ‘Maak van jouw klas een topklas’.
BEKIJK DE VIDEO
Als je goede tips hoort, schrijf ze dan in je notitieboekje.
Nog beter is om ze op te slaan in een mapje op je computer.
Stap 1 Kijk om je heen
Je bent net aan het nieuwe schooljaar begonnen. Kijk eens om je heen. Wat is je eerste indruk van je klasgenoten? De meeste ken je al. Misschien ben je met sommige zelfs bevriend geraakt. Denk je dat je over twintig jaar nog steeds met hen bevriend bent? Waarom denk je dat?
OPDRACHT 1. Hoe voel je je in deze klas?
Bedenk: wanneer voel je je goed?
Bijvoorbeeld: als ik goede cijfers haal. Vrienden maak of als ik met plezier naar school ga. Zet dat in je notitieboekje of bewaar het op de computer in het mapje: ‘Maak van je klas een topklas’.
Stap 2 Bedenk vragen
Als je iets wil weten kan je dat vragen. Als je een goede vraag stelt, krijg je meestal een goed antwoord. Het is de kunst om je vraag te stellen aan iemand die het antwoord weet. Als je iets niet snapt, dan is het slim om het aan je docent te vragen.
Die kans krijg je bij de volgende opdracht. Daarbij ga je vragen stellen aan je klasgenoten. Aan wie zou je een vraag willen stellen? Wat wil je weten van die persoon?
Bijvoorbeeld: ‘Ben je sportief? Van welke muziek houd jij? Uit welk land kom je?’ Etc.
Je hebt twee soorten vragen:
- Gesloten vragen
Dat zijn vragen waar iemand alleen met ja of nee op kan antwoorden.
Bijvoorbeeld: ‘Voel jij je goed in deze klas?’
2. Open vragen
Daarbij krijg je meestal meer informatie.
Bijvoorbeeld: ‘Wat vind je van deze klas?
Dus als je iets van iemand wil weten, is het slim om open vragen te stellen.
OPDRACHT 2. Wat wil je van iemand weten?
Bedenk: wat wil je weten?
Je kan voor iedere klasgenoot een vraag bedenken. Een vraag die bij die persoon past. Welke open vragen zou je aan die persoon willen stellen?
Bijvoorbeeld: ‘Wat vind je de mooiste film die je ooit hebt gezien?’, ‘Wat wil je later worden?’, ‘Waarom heb je voor deze school gekozen?’, ‘Van welke muziek hou jij?’ Etc.
Of je bedenkt bij een vraag alvast een paar vervolgvragen. Dat zijn vragen die je stelt als je bij je eerste vraag niet genoeg informatie hebt gekregen. Daar wil je dus meer over weten. Dan stel je een vervolgvraag.
Bijvoorbeeld: je eerste vraag is: ”Wat vind je de mooiste film die je ooit hebt gezien?’ Dan krijg je als antwoord de titel van een film. Dan zou je de vervolgvraag kunnen stellen: ‘Wat vind je daar zo mooi aan?’ Of: ‘Waar gaat die over?’
WAT HEB JE GELEERD?
Deze les heb ik geleerd hoe je goede informatie kunt krijgen als je goede vragen stelt?
Challenge
De volgende les mag je deze vragen stellen aan je klasgenoten.
EXTRA OPDRACHT
Als je vragen hebt of iets niet begrijpt, schrijf die vragen dan in je agenda. Aan wie ga je die stellen? Zet dat in je agenda op de dag dat je ze wilt stellen.
Inhoudsopgave
Les 1. Wie zijn je klasgenoten?
Les 2. Hoe ga je met elkaar om?
Les 3. Hoe vier je succes?
Terug naar hoofdpagina